nllogo2.gif (5480 bytes) Trim

Een handig hulpmiddel voor alle windsterktes vind je in de trimtabel (met dank aan Carlo voor de vertaling).

Van een enthousiaste FD-zeiler uit Amerika, Jonathan Clapp, hebben we de volgende ingezonden brief (in het nederlands) ontvangen:

(From an enthousiast FD-sailer from the USA, Jonathan Clapp, we received the next letter (in dutch):

Na een regatta hat een nieuwkomer in de FD klasse het grote geluk aan Wereld Kampioen stuurman Enno Kramer een paar vragen te stellen. De antwoorden zijn wel verhelderend…

Vraag: Ik hou veel van de hoge wind en golven zoals wij op zondag hadden. Helaas het lijkt dat hoe sneller de wind hoe langzammer (betrekkelijk) ben ik.

Antwoord: Het was inderdaad mooi zondag, de wind was volgens mij varierend tussen de 5 en 6. In de vlagen was het een stevige zes. Als het harder gaat waaien worden de snelheidsverschillen in FD's inderdaad groter. Het is dan ook juist bij harde wind erg van belang dat de boot hard gaat. In de FD is taktiek bij veel wind minder van belang dan bij andere boten.

Vraag: Hoe besluit u of u de mast-rake correct heeft ? Kunt man een schaalverdeling naast het genuaval maken, met de Bft windkrachtschaal genummerd (gezien een vast bemmaningsgewicht ) ?

Antwoord: In principe moet je bij een FD met licht weer de mast zo rechtop mogelijk varen, dus met het fokkeval maximaal aan. Bij meer wind is het veel sneller om de mast achterover te laten gaan. Wij hebben inderdaad een schaalverdeling op het genuaval zitten en hebben vaste basisinstellingen behorende bij welk oog in de genua gebruikt wordt.

  • Bij windkracht 0 t/m 3 varen we op het eerste oog waarbij de mast maximaal rechtop staat.
  • Bij windkracht 4 t/m 5 varen we op het tweede oog. Het genuaval laten we dan 125 mm vieren. (ten opzichte van helemaal rechtop).
  • Bij windkracht 5 t/m 6 varen we op het derde oog. Het genuaval laten we dan 195 mm vieren
  • Bij windkracht 7 t/m 8 varen we op het vierde oog. Het genuaval vieren we dan 325 mm op.

Bij dit alles verplaatsen we het zwaard van voorin op het eerste oog tot zo'n 200 mm naar achteren op het derde oog.

Welk genuaoog je moet gebruiken is een kwestie van ervaring. Het beste is het te zien aan de hoeveelheid terugslag in het grootzeil. Heb je helemaal geen terugslag tijdens het varen, dan kan meestal de schoot in een lager oog worden gezet en de mast verder rechtop worden gezet. De boot heeft dan meer druk. Als de terugslag zo groot is dat het grootzeil tot aan de zeillatten gaat terugslaan, dan is het verstandiger om de genuaschoot een oog hoger te zetten en de mast verder naar achteren te raken.

Vraag: Een onveranderlijk probleem dat ik bij hoge wind heb is dat elke tijd wij gaan overstag stoppen we dood in het water. Kunt u uw proceedure van volluit aan een koers tot volluit aan de andere beschrijven ?

Antwoord: Overstag gaan bij veel wind is inderdaad moeilijk met een FD. De procedure die wij volgen gaat als volgt. Het eerste wat gebeurd is dat de bemanning de genuaschoot uit de klem gooit. Dit gebeurd dus vanuit de trapeze. De bemanning probeert wel de genua zo goed mogelijk dicht te houden. Dit lukt echter niet helemaal zeker niet omdat wij nooit de ratels(ratchets) op de genua aan hebben staan. Zodra de genua uit de klem is gaat de stuurman oploeven, de bemanning komt nu zo snel mogelijk binnen, maar probeert de genua nog steeds vast te houden. Zodra de genua gaat tegenstaan (Backwind) wordt de genua losgegooid en aan de andere kant zo snel mogelijk aan getrokken. De bemanning doet dit staande in de boot. De bemanning blijft de genua doorhalen tot aan de laatste 300 mm. Dan gaat hij zo snel mogelijk in de trapeze en trekt het laatste stuk aan vanuit de trapeze.

De stuurman haalt zodra de beslissing genomen is om overstag te gaan de grootschoot uit de klem. Oploeven doe je pas zodra de genua uit de klem is. Niet eerder want soms lukt het niet om hen uit de klem te krijgen en als je dan overstag gaat lig je te zwemmen.

Daarna rustig de boot door de wind sturen, handen wisselen met de tiller extension en de grootschoot en niet helemaal doordraaien totdat de bemanning in de trapeze staat. Zo snel mogelijk aan de nieuwe kant gaan hangen en de overloop (Traveller) naar loef trekken. Zodra de bemanning in de trapeze gaat staan, afvallen tot de juiste koers en langzaan het grootzeil weer aantrekken.

Het klinkt zo erg eenvoudig, maar de juiste timing van het geheel is erg lastig en vereist veel training. Het beste is ook een paar keer goed te kijken hoe anderen overstag gaan. Tijdens het trainen hierop veel overleggen met je bemanning, want vaak gaat het overstag gaan alleen maar langzaam omdat je op elkaar zit te wachten.

Vraag: Vaar u altijd met de overloop ten volle naar loef, of doe u hem bij hardere wind iets naar lij laten gaan?

Antwoord: Ik vaar bij licht weer de overloop maximaal naar loef. Mijn zijdekken zijn echter wel breder dan die van een Mader of een Lindsay, waardoor mijn overloop wat korter is. Als we op het tweede of het derde oog varen, staat de overloop ongeveer halverweg tussen het midden en het zijdek aan loef. Veel verstellen doe ik er niet mee. Meteen na het overstag gaan zet ik de overloop naar loef en hij blijft daar de hele tijd staan tot we weer overstag gaan. Niet iedereen vaart zo overigens, je hebt ook mensen die met de groot schoot in de klem varen en continu de overloop verstellen. Zelf vind ik dat minder prettig.

Vraag: Hoe stuur u zo hoog aan de wind ?

Antwoord: Ik stuur aan de wind gewoon op de telltales. In principe heb ik de onderste telltales allebei naar achteren. Gaat het echt hard waaien dan vaar ik ook wel met de loef telltale naar boven. Maar ook weer niet zo hoog dat de genua tegen gaat staan. De bovenste telltales doen bij licht weer hetzelfde als de onderste. Bij zwaar weer staat de bovenste meestal omhoog. Dit omdat de genua dan verder open staat.

Vraag: Ik zag u vaak ruimshoots met drie zeilen varen. Hoe besluit u ook de genua te zetten ?

Antwoord: Wij varen halve wind ook met drie zeilen. Zodra de spinnakerboom enigzins in de buurt van het voorstag komt, rolen we de genua uit. Dat doen we eigenlijk altijd ook als het erg hard waait, allen als het heel licht weer is laten we hem soms opgerold.

Vraag: Wat doen jullie met de genua schoot, moet de bemanning altijd twee schoten pakken?

Antwoord: Wie de genua bedient hangt af van hoe hard het waait en de koers. Als de bemanning in de boot zit bedient hij de genua. Als de bemanning in de trapeze hangt bedient de stuurman de genua.

Vraag: Doe u de genua voor het gijpen opdoeken?

Antwoord: Bij het gijpen rollen we de genua meestal niet op, maar we zijn daar vrij uniek in. De meesten rollen hem wel op. Ik kan je aanraden om hem in het begin maar wel op te rollen bij het gijpen, want met genua gijpen is erg ingewikkeld en kan erg verkeerd gaan terwijl de winst die je maakt niet zo groot is.

Vraag: Dank u wel voor uw vriendelijke raad en aanmoediging.

Antwoord: Als je nog wat wilt weten, laat het even horen.